Duits werden of sollen

Wanneer vertaal je zullen met werden of sollen?

Deze week kreeg ik een mail: Sinds 3 maanden werk ik in een kapsalon in Zwitserland. Het (Zwitser)Duits gaat me steeds beter af maar het verschil tussen werden en sollen vind ik nog lastig.
Bijvoorbeeld om aan iemand te vragen: zal ik uw jas ophangen…. Werden of sollen? Kunt u mij het verschil qua gebruik uitleggen?

 

Werden of sollen?

Bedankt voor deze concrete vraag uit Zwitserland. Graag deel ik het antwoord hier met meer geïnteresseerden.

 

Sollen: Zal ik uw jas ophangen?

Soll ich Ihren Mantel (Ihre Jacke) aufhängen?” vraagt men in het Duits.
Het gaat hier over een voorstel en de betekenis van “vindt u het goed als…?” Andere voorbeelden:
Sollen wir morgen ins Kino gehen?
Soll ich Ihnen die Haare föhnen?
Hier gebruikt men dus zowel in het Nederlands “zullen” als in het Duits sollen.

 

Zullen: Het verschil tussen sollen en werden

In de andere betekenissen is er een groot verschil tussen Nederlands “zullen” en Duits “sollen”:

 

Werden: Uw haar zal stralen na deze behandeling

Toekomst: “zullen” ~ werden

Nächstes Jahr werde ich mit der Ausbildung fertig sein.
Ihr Haar wird glänzen nach dieser Behandlung.
Bei Ihrem nächsten Termin werden wir die Strähnchen weiter aufhellen, sodass Ihr natürliches Grau strahlen wird. 

De vervoeging van werden is onregelmatig:

ich werde, du wirst, er/sie/es wird; wir werden, ihr werdet, sie/Sie werden

Hier kunt u oefenen met het werkwoord werden.

 

 

Let op: er is nòg een betekenis van het Duitse sollen. 

Sollen: Hij moet meer aan sport doen

Advies, wens, opdracht: “moeten van iemand” ~ sollen

Hier zeg je in het Nederlands meestal “moeten”. In het Duits zou müssen hier echter te onbeleefd, lomp of dringend klinken.

Meine Kinder sollen jeden Tag Vokabeln lernen. (Das will die Französischlehrerin.)
Er soll weniger tierisches Fett essen und mehr joggen. (Das rät ihm der Arzt.)
Ich soll die Haare der Kundin waschen. (Darum bittet mich die Kollegin.)

Herinnert u zich de vervoeging van sollen?
ich soll, du sollst, er/sie/es soll; wir sollen, ihr sollt, sie/Sie sollen 

Hier vindt u oefeningen met sollen in deze betekenis van advies of opdracht.

 

 

Aan de slag met sollen en werden

Hoe gaat u deze drie betekenissen onderscheiden “vindt u ook…?”, “toekomst”, “advies/opdracht”. Maak graag uw eigen voorbeeldzinnen aan en mail ze aan mij ter controle: info@mariastratemeier.com

 

Lees meer over de Duitse werkwoorden müssen, sollen en werden

 

Meer info, coaching en advies

Maria Stratemeier
06 – 34 36 86 26
info@MariaStratemeier.com
Zakelijk Duits – handeln auf deutsch 

 

Tags:

2 reacties

  1. Alexandra schreef:

    Omgekeerd hebben veel Duitstaligen grote problemen met het gebruik van zullen, willen en gaan (toekomstige tijd).

  2. Maria Stratemeier schreef:

    Absoluut. Ik kan me voorstellen dat je dat als NT2-docent steeds weer tegen komt.

    De toekomstige betekenis van “gaan” lijkt me ook lastig te vertalen. Woordjes die in de andere taal helemaal niet zo gebruikt worden, zijn vaak moeilijk weg te laten. Ik merk dat vooral mondeling, aan het begin van een presentatie bijvoorbeeld. Nederlanders beginnen dan met “Vandaag ga ik jullie … vertellen” Met dit “ga” kan je in het Duits niets. Helemaal weglaten is moeilijk, dus vaak maken we er “Heute werde ich euch…” van.