Tagarchief ‘Nederlands-Duits’


liegen?

liegen ~ liggen

“Liegen Sie gut?” vraagt de verkoper terwijl mijn partner bijna in slaap valt bij de Duitse IKEA. We zijn op zoek naar een bed. Frau Schönauer lag gestern Abend schon im Bett, als wir anklopften. Ze lag dus al op bed toen we aanklopten. Wo ist der Brief? Vor dem Wochenende hat er noch an…